'Alles is al gedaan, doe niets' lijkt het motto van de twintigers: wat kunnen zij nog toevoegen aan de rock'n roll-rebellie van de jaren vijftig, de flower power van de jaren zestig en de vrolijke anarchie van het punktijdperk? In een wereld van clips, slogans, clichés en bumperstickers zoekt de generatie X zonder grootse plannen, maar boordevol verlangens naar de zin van het leven. De Generatie X is de generatie die in de jaren 'zestig werd geboren en begin jaren 'negentig twintigers en heel vroege dertigers waren. Hoofdpersonen in deze debuutroman van Coupland (1961, dus zelf een X-er) zijn Andy (de ik-verteller), Dag en Claire. Alle drie hielden hun mechanische, troosteloze leven in de verziekte maatschappij voor gezien en zijn als Boccaccio's vluchtelingen uit het verpeste Florence de Californische woestijn in getrokken 'om verhalen te vertellen en onderwijl van ons eigen leven een waardevolle vertelling te maken'. Voor het geld om in leven te blijven doen ze eenvoudig koeliewerk ('Mc-Jobs' noemen ze dat), bijv. in cafetaria's; in hun vrije tijd en in hun verhalen zijn ze op zoek naar dat wat van blijvende waarde is. Zij zijn jaloers op de 'geboortegolvers', die de hippietijd meemaakten en vervolgens rijkdom en welvaart in de schoot geworpen kregen. Een wat modieus boek met een lichtelijk filosofische pretentie.
Andy, Dag and Claire have been handed a society priced beyond their means. Twentysomethings, brought up with divorce, Watergate and Three Mile Island, and scarred by the 80s fall-out of yuppies, recession, crack and Ronald Reagan, they represent the new generation - Generation X.
Fiercely suspicious of being lumped together as an advertiser's target market, they have quit dreary careers and cut themselves adrift in the California desert. Unsure of their futures, they immerse themselves in a regime of heavy drinking and working at no-future McJobs in the service industry.
Underemployed, overeducated, intensely private and unpredictable, they have nowhere to direct their anger, no one to assuage their fears, and no culture to replace their anomie. So they tell stories; disturbingly funny tales that reveal their barricaded inner world. A world populated with dead TV shows, 'Elvis moments' and semi-disposable Swedish furniture...
Personen
1.De hoofdpersoon is Andy, die ook het verhaal verteld.
2.Hij is een erg gevoelig persoon. Zo geeft bijvoorbeeld de zonsopkomst hem een totaal geluksgevoel. “Back in the late 1970s, when I was fifteen years old, I spent every penny I then had in the bank to fly across the continent in a 747 jet to brandon, Manitoba, deep in the Canadian prairies, to witness a total eclipse of the sun. ... One and a half decades later, my feelings are just as ambivalent.” (blz. 3)
Ook is hij erg bezorgd als een van z’n vrienden zomaar een poos weg is. Ik denk dat hij weinig fantasie heeft. Z’n vrienden vertellen allemaal bedachte verhalen, maar zijn verhalen zijn heel vaak echt gebeurd. Ik denk dat dat er deels mee te maken heeft dat hij bang is voor hun oordeel. Hij denkt namelijk ook veel verhalen die hij niet tegen Dag en Claire (vrienden) wil zeggen. “I’ll tell you a secret story, a story I won’t tell Dag and Claire today out here on our desert picnic.” (blz. 54) Hij is erg kritisch over de wereld om zich heen. “You should see my parents place, dag. It’s like a museum of fifteen years ago. Nothing ever changes there; they’re terrified of the future. Have you ever wanted to set your parents’ house on fire just to get them out of their rut? At least Claire’s parents get divorced every now and then.” en “have you ever noticed that your bungalow looks more like it belongs to a pair of Eisenhower era Allentown, Pennsylvania newlyweds than it does to a fin de siècle existentialist poseur?” (blz. 96) Voor de rest lees je niet veel over het karakter van Andy,
Andy is aan het einde van het boek sterk veranderd. In het begin van het boek is hij dus een beetje bang om z’n gevoelend te uiten. Hij houdt veel voor zichzelf. Ook denkt hij dat hij gelukkig kan worden door te nietsnutten en andere mensen te bekritiseren. Aan het eind van het boek durft hij open te staan voor zijn eigen gevoelens en zich eraan over te geven. “But how could I explain to him, this well intentioned gentleman, that this discomfort, no this pain, I was experiencing ,was no problem at all, that in fact, this crush of love was unlike anything I had ever known.” ( blz. 207)
3. Andy heeft redelijk veel personen waarmee hij omgaat, ik zal de meest veel voorkomenden noemen. De twee belangrijkste zijn z’n twee vrienden, Dag en Claire Zij luisteren naar hem en helpen hem met gelukkig worden. Ze delen hun gevoelens met hem en houden erg van hem. Zij zijn bijna net zo belangrijk als Andy, alleen weet je wat Andy denkt en is Andy in alles wat gebeurt in het boek iets sterker aanwezig. Ook belangrijk is z’n familie (z’n moeder, vader en broer vooral). Hij klaagt een hele hoop over ze maar gaat wel naar ze toe, laat z’n broertje zijn bungalow lenen en koopt duizenden kaarsen om hen het ultieme kerstgevoel te geven.
In een deel van het boek spelen vrienden van vrienden ook een rol. Zoals Elvissa en Thomas. Zij bewonderen de manier waarop de hoofdpersonen leven en doen een poosje mee aan het verhalen vertellen. Ze vertellen ieder verhalen die belangrijk zijn voor het ontwikkelen van de hoofdpersoon.
Verder zijn er nog de mensen die in het kleine woestijndorpje wonen zoals de buurman en -vrouw en hun baas. Die mensen zijn niet heel erg belangrijk. Ze worden bekritiseerd door Andy en helpen zo mee aan het vormen van zijn wereldbeeld en het uiteindelijk verkrijgen van geluk.
4. Ik herken wel wat karaktertrekken van de hoofdpersoon in mezelf. Hij bekritiseerd bijvoorbeeld alles en iedereen. Daar heb ik soms ook last van. En hij is opzoek naar het geluk en zijn we dat niet allemaal?
7. De drie belangrijkste personen hebben een vrij unieke methode om dingen te doen: het verhalen vertellen. Het lijkt me wel een leuke methode om iemand anders wat te zeggen maar het komt ook in het boek voor dat het verhaal niet wordt begrepen. Dan kan je toch beter gewoon zeggen wat je wilde zeggen. Het is dus een beetje omslachtig. Wat me erg aan de bezigheden van de personen bevalt is dat ze een erg simpel baantje hebben genomen zodat ze zichzelf net kunnen onderhouden en voor de rest gewoon lol maken. Want is dat niet veel logischer dan eerst naar school gaan om te werken. Als je dat hebt afgerond dan kan je een baan nemen en nog meer werken om geld te verdienen . Geld dat je kan uitgeven aan dingen die je toch niet veel kan gebruiken want je bent te druk met WERKEN. Grote onzin dus. Ook erg knap is dat de drie personen gewoon doen wat in hun hoofd opkomt. Alle drie hebben ze ontslag genomen omdat de baan niet goed voelde. Ze durven te kiezen voor het onveilige. De meeste mensen spelen hun hele leven op veilig en vergooien zo hun leven. Andy, Claire en Dag doen hard hun best om dat niet te laten gebeuren.
8.Het meest sympathiek vind ik Dag. Hij is kritisch, maar niet te. Hij kropt zijn gevoelens niet op maar gooit ze eruit. Dat dat niet altijd goed valt kan hij ook niet helpen. Eens in de zoveel tijd verdwijnt hij gewoon en gaat hij door het land reizen, gewoon om niet in een sleur te komen. Hij had de moed om van de ene op de andere dag met zijn (zeer goed betaalde) baan te stoppen en z’n baas eens flink de waarheid te vertellen. Hij durft zijn dromen waar te maken en dat vind ik bewonderenswaardig.
9.Het minst sympathiek vind ik Elvissa, een vriendin van Claire. Ze doet een poosje mee met het verhalen vertellen en verteld wel leuke verhalen maar als ze op een bepaald ogenblik vertrekt zegt ze niemand gedag omdat ze niet van gedag zeggen houdt. Waar slaat dat nou weer op? Je kan er best niet van houden maar is het niet lullig om zomaar weg te gaan? Ook denkt ze dat ze met de personen in het boek geen gelukkig leen kan op bouwen maar dat ze het in haar eentje moet doen. Wat is er mis met een beetje hulp? Wat ik ook vreemd vind is dat ze moeilijk doet over haar leeftijd en over haar beroep, zelfs tegen vrienden. Wat heeft het voor zin om je anders voor te doen dan je echt bent?
C. Tijd
1. Het verhaal speelt zich af in de jaren negentig. De tijd is redelijk belangrijk want de belangrijkste personen willen iets anders dan alle andere mensen van hun tijd. Ook zijn ze erg met het milieu en de politiek bezig. Dat zijn twee dingen die in het verleden niet echt speelden.
2. De vertelde tijd is ongeveer een halfjaar, maar is erg moeilijk te schatten omdat de hoofdpersoon in een gebied woont waar het altijd lekker weer is. Ik moest dus letten op aanwijzingen als: ‘de volgende dag‘ en ‘een maand later’ daardoor kreeg ik niet echt een heel duidelijk beeld.
Er kwamen erg veel terugblikken in de tekst en er werden veel herinneringen opgehaald. Hele stukken waren dus terugblikken. Ook speelden veel van de verhalen die verteld werden zich af in de toekomst, of juist in het verleden. De volgorde van het boek is dus niet chronologisch te noemen. Het begin bijvoorbeeld is al een flashback: “Back in the eighties, when I was fifteen years old, I spent....” en Andy verteld bijna twee hele hoofdstukkenover hoe hij Claire en Dag heeft ontmoet, ook allemaal in de verleden tijd dus! Ook zijn er stukken waarin wordt verteld over iets dat een paar dagen plaats vond om de bezigheden van de personen te verklaren. Zoals: “Five days ago - the day after our picnic - Dag dissapeared. Otherwise the week had been normal, with me tending bar at Larry’s and maintaining the bungalows and Claire peddling five-thousand-dollar purses to old bags. Ofcourse we wonder where Dag wnet, but we’re not too worried.” (blz. 75)
Het boek wordt verteld in de tegenwoordige tijd en er zijn daarom dus geen flash-forwards. Andy verteld alles terwijl het gebeurt, hij weet zelf nog niet hoe de toekomst wordt.
Er zijn erg veel tijdversnellingen, anders zou je natuurlijk nooit een boek over een halfjaar kunnen schrijven in tweehonderd pagina’s. Toch zijn de tijdsversnellingen die er zijn vaak maar voor een paar uur. “‘Strip’ ‘Talk to yourself’ ‘Look at the view’ ‘masturbate’. It’s a day later (well ,actually not even twelve hours later and the five of us are rattling down Indian Avenue, headed for our afternoon picnic up in the mountains.” (blz. 11)
D. Plaats
Het verhaal speelt zich af in de Verenigde Staten, in de buurt van de grens naar Mexico. Om precies te zijn voornamelijk in een woestijnplaatsje genaamd Palm Springs. Die plek is redelijk belangrijk voor het verhaal. De belangrijkste personen van het verhaal wilde graag in een plaats wonen waar het altijd warm is en waar het rustig is. Ze wilden dus niet in de buurt van een grote stad wonen. Ook wilde ze niet in de buurt van fabrieken wonen (zou misschien slecht voor je gezondheid zijn en die vind je meestal in de buurt van steden. Ze hebben dus gekozen voor een slaperig klein stadje in de woestijn vanuit waar ze in alle rust hun omgeving, en de rest van de werleld kunnen bekritiseren. There is no wheater in Palm Springs - just like TV. There is also no middle class, and in that sense the the place is medieval. Claire notices that the rich people here pay the poor people to cut the thorns from their cactuses. ‘I’ve also noticed that they tend to throw out their house plants rather than maintain them. God. Imagine what their kids are like.’ Nonetheless, the three of us chose to live here, for the town is undoubtly a quiet sanctuary from the bulk of middle-class life. And we sertainly don’t live in one of the dishier neighborhoods here, where, if you see a glint in a patch of crew-cut Bermuda grass, you can assume there’s a silver dollar lying there. Where we live, in our little bungalows that share a countyard and a kidney-shaped swimming pool, a twinkle in the grass means a broken bottle or a colostomy bag that has avoided the trashman’s gloved cluth.” (blz. 12)
De omstandigheden zijn erg van belang. Aangezien Andy, Dag en Claire erg veel bezig zijn met dingen uit hun omgeving te bekritiseren zou het verhaal zonder omstandigheden helemaal niet logisch zijn. De omstandigheden bepalen volledig hun kijk op de wereld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten